Slimme sluipwespen, die bestaan…


Sluipwespen worden al veel ingezet bij de biologische bestrijding in de sierteelt onder glas. Dit jaar start een project om sluipwespen zodanig te trainen, dat zij na het loslaten in de kas gericht op zoek gaan naar hun gastheer, wolluis. Wolluizen zijn moeilijk te vinden omdat zij een verborgen levenswijze hebben. Sluipwespen zijn heel bedreven in het vinden van de kleine wolluishaarden. Maar als zij worden losgelaten in het gewas weten zij niet dat zich daarin plaaginsecten bevinden waarin zij hun eitjes kunnen leggen. Hierdoor zijn ze niet gemotiveerd om in het gewas te gaan zoeken en vliegen zij naar de hogere luchtlagen. Zo gaat een groot deel van de door telers losgelaten sluipwespen verloren.
Door commercieel geproduceerde sluipwespen bij het loslaten in de kas te ‘trainen’ met wolluis- en gewasgerelateerde contact- en geurstoffen leren zij dat er lokaal wolluizen te vinden zijn. Er is dan een effect op de korte termijn: doordat de eerste generatie meer wolluizen vindt en parasiteert. Het beoogde effect op de lange termijnen komt door het grotere aantal nakomelingen van de eerste generatie.

Het project ‘Slimme sluipwespen’ start met snijroos. Over een tweede gewas wordt nog overlegd. Direct betrokken partijen zijn Koppert Biological Systems, NIOO-KNAW, Pherobank BV, Stichting Kennis In Je Kas (KIJK), WUR Glastuinbouw, WUR Laboratorium voor Entomologie, Glastuinbouw Nederland, Aeres Hogeschool Wageningen en Stimuflori.
Stimuflori steunt ‘Slimme sluipwespen’ omdat dit project is gestoeld op innovatie – een van de focuspunten van onze Stichting – en op het bevorderen van duurzaamheid. Volgens de planning kan dit project in 2023 worden afgerond en dan kan het ontwikkelde protocol ook worden uitgerold. Bij de huidige projectportefeuille en werkwijze zal dat ook het laatste jaar zijn waarin Stimuflori actief is.

Geplaatst 4 januari 2021